Reptielen
Aangezien
er zeer veel verschillende soorten reptielen zijn, is het lastig om algemene
informatie te geven.
Reptielenliefhebbers houden deze dieren vooral omdat ze mooi en interessant
zijn, en omdat het kweken ermee kan uitgroeien tot een ware hobby. Zo
zijn populaire soorten, zoals rattenslangen en baardagamen,
tegenwoordig in allerlei kleurslagen te krijgen.
Reptielen
hebben natuurlijk niet
zo'n hoge aaibaarheidsfactor als
de meeste andere huisdieren, maar sommige soorten kunnen zeer tam worden,
waardoor mensen er soms net zo’n emotionele band mee opbouwen als met hun hond,
kat of konijn.
Wetgeving
Lang niet
alle soorten mogen zomaar gehouden worden, sommige soorten mogen alleen
gehouden worden met bijbehorend certificaat. Verdiep u
daarom in de wetgeving voordat u een dier aanschaft.
Het gaat
hier om internationale
CITES (Convention International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) lijsten, en de
nederlandse wet
BUDEP (Bedreigde
Uitheemse Dier- en Plantensoorten).
Giftige dieren
Neem geen
risico’s en begin hier niet aan! In onze praktijk behandelen wij ook geen
giftige soorten!
Wildvang of nakweek
Neem
liever een dier dat in Nederland geboren is, in plaats van een wildvang dier.
Er is veel illegale handel in dit soort dieren. Bedenk ook dat wilde dieren
veel stress hebben doorgemaakt om hun plaats van bestemming te bereiken en dat
ze vaak allerlei ziektes en parasieten bij zich dragen.
|
Zonnende roodwangschildpadden in een sloot in Nederland.
Deze dieren worden nogal eens buiten gedumpt en ondanks dat het klimaat in ons land
verre ideaal is, overleven ze dit vaak. |
Huisvesting
Terraria
kunnen van glas zijn maar ook deels van hout of ander materiaal.
Belangrijke punten om rekening mee te houden zijn:
-
afmetingen:
deze moeten passend zijn voor de diersoort (schildpadden en slangen
hebben over het algemeen wat minder ruimte nodig dan hagedissen, een terrarium
kan een groot bodemoppervlak hebben maar kan ook juist in de hoogte meer ruimte
bieden) -
inrichting:
dit moet zoveel mogelijk overeenkomen met de natuurlijke omgeving van het dier,
er moeten schuilplaatsen zijn en bodemmateriaal moet makkelijk
te reinigen en te verwijderen zijn. Uiteraard mogen er geen giftige materialen
(zoals bepaalde soorten lijm etc.) gebruikt worden voor de bouw van het
terrarium, er mogen geen scherpe uitsteeksels zijn en het terrarium moet absoluut
uitbraakvrij zijn. Let bovendien op een goede hygiëne in de bak! -
temperatuur:
deze kan op de juiste hoogte worden gehouden dmv lampen,
warmtematjes, warmtestenen, etc. Belangrijk hierbij is dat ook weer gekeken
wordt naar de optimale temperatuur van die diersoort, en dat het dier zelf kan
bepalen of het wel of niet in de warmte zit, er moeten dus ook koelere plaatsen
in het terrarium zijn. Let op dat de dieren zich niet kunnen branden aan de
warmtebron! Bij sommige soorten is het goed om de dieren in winterslaap te
laten gaan. -
verlichting:
voor een goede algemene gezondheid (en goede kweekresultaten) is
het van belang om de juiste daglichtlengte te bepalen, eventueel kunnen zelfs
seizoenen worden nagebootst -
relatieve luchtvochtigheid:
ook deze is weer zeer soortspecifiek.
Woestijndieren zullen prima gedijen in een normaal droog terrarium, terwijl
soorten als kameleons graag een ‘regenbui’ hebben (bijvoorbeeld met behulp van
een vernevelaar). Als de luchtvochtigheid niet voldoende is kunnen er ook
problemen ontstaan met de vervelling.
 |
Slangen vervellen in één keer, vanaf de kop wordt het vel het lichaam gestroopt.
Bij deze kousenbandslang is de vervelling net gestart. |
Verzorging
Hoeveel en
welke verzorging er nodig is hangt ook weer af van de diersoort. Sommige
soorten moeten dagelijks kunnen drinken dmv sproeien of een pipet, sommige
soorten produceren veel uitwerpselen waardoor het terrarium vaak schoongemaakt
moet worden, andere soorten hebben minder verzorging nodig.
Goede
hygiëne is essentieel voor een goede gezondheid!
Voeding
Veel gezondheidsproblemen bij reptielen worden veroorzaakt door verkeerde of
onvolledige voeding. Dieren die volledige prooien eten (zoals de meeste
slangen) zullen over het algemeen geen problemen hebben, omdat zij alles binnen
krijgen wat nodig is. Planteneters, insecteneters of reptielen die geen
volledige prooidieren krijgen, moeten ook aanvullende vitaminen- en
mineralenmengsels krijgen. Het gaat hierbij vooral om calcium, calcium/fosfor
verhouding en vitamine D3. Meestal bestrooit men de voeding (bijvoorbeeld
krekels of groenvoer) met een vitaminen/mineralenpreparaat, maar meelwormen of
krekels kunnen ook zélf gevoerd worden met dit preparaat. Andere manieren zijn
het toevoegen van calciumlactaat en vitamine D3 aan het drinkwater, het vitaminen/mineralenpreparaat
rechtstreeks in de bek ingeven, in beperkte mate kattenvoer bijvoeren en als laatste
direct zonlicht of speciale UV-B lampenvoor de aanmaak van vitamine D3.
Bij
diersoorten die alleen vis eten (bijvoorbeeld sommige slangen), moet er
rekening mee gehouden worden dat er bij het voeren van dode vis een vitamine B1
tekort kan ontstaan.
Waterschildpadden zoals de roodwangschildpad zijn gevoelig voor een
tekort aan vitamine A, dit leidt regelmatig tot oogontstekingen. Extra vitamine
A in de voeding lost het probleem op, maar ons advies is de schildpad
kattenvoer te geven in plaats van het in de dierenwinkel verkrijgbare
‘schildpaddenvoer’, hierin zitten namelijk vaak onvoldoende voedingsstoffen,
vitaminen en mineralen.
Landschildpadden
kunnen juist in de problemen komen door een overdosis vitamine A.
Levende of dode prooi?
Slangen en
andere reptielen die volledige prooien eten, zullen deze het best accepteren
als de prooi nog leeft. Het voedsel is op die manier natuurlijk ook gegarandeerd
vers. Daarnaast vinden veel reptielenliefhebbers het een spectaculair gezicht.
Een groot
nadeel van het voeren van levende prooi is echter dat de slang de prooi direct
moet opeten. Als de slang geen honger heeft bestaat het risico dat een muis of
rat de slang bijt. Dit komt regelmatig voor en kan flinke verwondingen geven.
Het voeren
van dode prooi is diervriendelijker. Slangen en andere reptielen leren meestal
zonder problemen ook de dode prooidieren te eten. Het is zelfs mogelijk om
bijvoorbeeld kattenvoer of commercieel geproduceerd voer voor reptielen te gaan
voeren.
Ons advies
is dan ook om dode prooien te voeren in plaats van levende.
Veel voorkomende ziektes en
problemen
Metabolic bone disease
(MBD)
Door een
tekort aan calcium en/of een verkeerde verhouding tussen de hoeveelheid
caciumen fosfor ontstaan verschillende problemen. Naast de
calcium/fosfor verhouding is de hoeveelheid vitamine D3 van belang.
een tekort
aan calcium (en overmaat aan fosfor) kan leiden tot onvoldoende verkalking van
het skelet, bij schildpadden kan het schild te week zijn. Het lichaam kan
hierop reageren met extra kraakbeenvorming waardoor de beenderen en vooral de
onderkaken sterk verdikt kunnen raken.
Dieren
zijn vaak te klein voor hun leeftijd en soms wordt een typisch trillen van de
tenen gezien (vaak bij groene leguanen).
Tijdens de
voortplanting kunnen er extra problemen ontstaan. Het vrouwtje verzwakt, de
jongen komen slecht uit de eieren en kunnen afwijkend gebouwd zijn. Bij soorten
die zeer veel eieren produceren (bijvoorbeeld kameleons) kan verzwakking en
calciumtekort leiden tot legnood en sterfte.
Bacteriële
en virale infecties
Veel
verschillende virussen en bacteriën kunnen voor problemen zorgen bij reptielen.
Omdat dit meestal hele diersoortspecifieke problemen zijn, is het onmogelijk
een volledig overzicht te geven.
Enkele
belangrijke voorbeelden:
Mondrot
Dit is een
regelmatig voorkomend probleem bij voornamelijk slangen. De oorzaak is meestal
een onhygiënische en te vochtige omgeving. Hierdoor ontstaan bacteriële
infecties in de bek van de slang.
Schildrot
Hierbij
ontstaan gelokaliseerde ontstekingsplekken op het schild van schildpadden. Ook
dit heeft vaak te maken met de huisvesting en de algemene weerstand van het
dier. Verschillende soorten bacteriën kunnen een rol spelen.
Parasieten
Vooral bij
wildvang dieren worden vaak parasitaire infecties gezien. Het gaat dan om
bijvoorbeeld teken, wormen en soms bloedzuigers (bij schildpadden). Ook bij
nakweek dieren kunnen parasieten voorkomen, deze worden meestal van het ene
dier op het andere overgedragen en ook hierbij is weer een goede hygiëne van
belang om problemen te voorkomen. Denk bij het toevoegen van nieuwe dieren aan
de collectie ook aan een quarantaine periode! (Natuurlijk niet alleen voor
parasieten maar ook voor bacteriën en virussen.)
Eencellige
parasieten (zoals flagellate) veroorzaken regelmatig
problemen bij allerlei soorten reptielen, het kan diarree en ontstekingen op
verschillende plaatsen in het lichaam geven.
Om een
dier te onderzoeken op parasieten van het maagdarmkanaal dient de ontlasting
nagekeken te worden onder de microscoop.
Verwondingen
Bijtwonden
(door bijvoorbeeld honden, soortgenoten of prooidieren), brandwonden,snijwonden door scherpe randen in het terrarium en
beschadigde neuzen door tegen het glas aan lopen zijn de meest voorkomende
verwondingen bij reptielen.
Vaak is er
wondzalf en/of antibiotica nodig om de wond goed te laten genezen. Soms kan
operatief ingrijpen helpen.
Brandwonden
komen veel voor, meestal doordat het dier tegen de lamp aan is gaan liggen.
Reptielen hebben dit zelf vaak niet goed door en flinke verwondingen zijn dan
het resultaat.
Sommige
soorten (vooral
aktieve soorten zoals de
wateragame), kunnen beter niet in een volledige glazen bak
gehouden worden omdat ze met flinke vaart steeds opnieuw tegen het glas lopen.
Hierdoor raakt de neus en kop ernstig beschadigd. Beplanting kan ook helpen om
dit te voorkomen.
Blaasstenen
Deze
kunnen voorkomen bij schildpadden en hagedissen en moeten operatief verwijderd
worden.
Voortplantingsproblemen
Voor de
voortplanting is het zeer belangrijk dat de huisvesting, voeding en verzorging
in orde zijn. Verkeerde huisvesting kan leiden tot stress en daardoor
verminderde voortplanting en legnood. Het ontbreken van een goede nestplaats
kan ook een oorzaak zijn van legnood. Ook de temperatuur en daglichtlengte zijn
van groot belang. In de voeding is, naast voldoende energieopname, de
mineralenhuishouding zeer belangrijk, is deze verstoord dan kan ook weer
legnood ontstaan of problemen met de ontwikkeling van de (ongeboren) jongen.
Paraphymosis
Dit is een
uitstulping van de hemipenis(sen) van het mannelijke
dier. Het komt vooral voor bij schildpadden maar ook bij slangen en hagedissen.
Mannelijke reptielen hebben geen normale penis maar meestal twee hemipenissen, het verschil met een normale penis is dat het
geen buisvormige organen zijn, het zijn twee langwerpige orgaantjes die bij
copulatie uit de cloaca komen.
Als een hemipenis door zwelling niet meer terug in de cloaca kan,
spreken we van paraphymosis. De dierenarts zal
proberen het orgaan weer op zijn plaats te krijgen en als dit niet lukt
eventueel chirurgisch ingrijpen.
Mogelijkheden in onze praktijk
diagnostische mogelijkheden in DAC Hoogvliet en Spijkenisse zijn, naast
uiteraard een uitgebreid lichamelijk onderzoek, ontlastingonderzoek,
röntgenfoto’s, echo, bloedonderzoek en afname van materiaal voor verschillende
soorten laboratorium onderzoek.
Chirurgische
ingrepen doen wij onder gasnarcose om alles zo veilig mogelijk te laten
verlopen.

Het naaldje in de poot van deze groene leguaan gaat direct tot in de mergholte van het bot, dit is bij reptielen een goede manier om
bijvoorbeeld infuusvloeistof te geven of narcosemiddelen toe te dienen.
|
Bloedafname bij een baardagaam
|